FAQ Stap 2 - Toetsen en instrumenten

1. Bestaat elke toets uit twee delen?
Vrijwel alle toetsen in het IEP LVS bestaan uit twee delen. Alleen de 3F-toetsen van lezen en taalverzorging en de hart & handen-instrumenten voor leerjaar 3-4 bestaan uit één deel. In de overige toetsen zitten de twee delen samen verpakt in één toets. Je hoeft dus maar één toets klaar te zetten. De leerlingen krijgen op de helft een pauze scherm te zien; Je bent klaar met deel 1, ga door als je juf of meester dat zegt. Je kunt er als leerkracht voor kiezen om meteen door te gaan, of de leerlingen eerst te laten uitloggen en later verder te laten werken. Let op: Je ziet pas resultaat als de leerling beide delen heeft gemaakt. Meer informatie hierover lees je in de hier.  

2. Waarom heeft het IEP LVS geen DMT-toetsen? Deze toetsen zijn nodig voor het aanvragen van een dyslexie-onderzoek.
Wij zijn geen voorstander van DMT-toetsen, omdat de leerlingen hierbij gestimuleerd worden om te race-lezen. Dit zorgt ervoor dat leerlingen veel stress ervaren bij het lezen en hierdoor niet goed meer lezen. Uiteindelijk gaan de leerlingen race-lezen niet meer gebruiken, goed lezen hebben ze daarentegen wel overal voor nodig. Wij meten technisch lezen daarom door middel van leestechniek en leesexpressie. De leerlingen lezen de teksten beide goed, maar ervaren daarbij geen tijdsdruk. Het tempo waarop de leerlingen lezen wordt wel meegenomen in de leestechniek. Helaas werkt het systeem nog zo, dat de resultaten van DMT-toetsen nodig zijn om een dyslexie-onderzoek te kunnen doen. Pak daarom voorlopig de CITO DMT-map erbij voor leerlingen die mogelijk in aanmerking gaan komen voor een dyslexie-onderzoek.

3. Waarom is er geen tekst zichtbaar en alleen maar audio bij de contextsommen in groep 3? Sommige leerlingen kunnen namelijk al lezen en vinden de audio niet fijn.
In groep 3 is tekst vaak een extra belemmering en het is niet de bedoeling dat taal een belemmering wordt bij rekenen. Daarom hebben we de tekst bij de groep 3 toetsen en instrumenten eruit gehaald.  

4. Waarom zijn er geen toetsen technisch lezen voor groep 7 en 8?
Wij gaan voor leerjaar 7 en 8 geen toetsen technisch lezen ontwikkelen, omdat er geen nieuw aangeboden doelen meer zijn. In het onderwijs worden tot en met groep 6 nieuwe leesmoeilijkheden aangeboden aan de leerling. Onze toetsen Technisch lezen zijn gebaseerd op deze aangeboden leesmoeilijkheden, deze vind je in de toelichting van de toets. Daarna moet een leerling zijn of haar leesvaardigheid op niveau houden door te blíjven lezen: hoe meer je leest, hoe makkelijker het gaat en hoe beter je wordt. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat lezen vanaf groep 6 niet meer belangrijk is! Door leerlingen steeds weer te laten lezen, en hun leesplezier te vergroten, zullen zij hun leesvaardigheid onderhouden en hun vloeiendheid verbeteren.

5. Waarom is er alleen een woordenschattoets voor groep 7 en 8?
Het meten van woordenschat is pas zinvol is op het moment dat daarvoor een aanleiding is. Wij raden aan alleen te toetsen op woordenschat wanneer bij leerlingen een vermoeden is van meer algemene taalproblematiek, zoals bij opvallend lage scores voor begrijpend lezen terwijl technisch lezen en de niet-talige rekensommen wel op niveau zijn.  

6. Waarom worden in de bovenbouw bij taalverzorging foutieve woordbeelden gebruikt? Waarom is er geen auditief dictee zoals in groep 3 t/m 5?
Terechte vraag, want het aanbieden van foutieve woordbeelden is uit taalkundig oogpunt niet wenselijk. Voor de bovenbouw wordt taalverzorging op een manier gemeten die aansluit bij het Referentiekader Taal en Rekenen (zie Toelichting Taalverzorging voor meer info). Taalverzorging houdt hier meer in dan spelling. De leerling moet bijvoorbeeld niet alleen het woord juist schrijven, maar ook de juiste verledentijdsvervoeging kennen. Vandaar dat een auditief dictee niet altijd volstaat. Aanvullend: de vraagstellingen bereiden voor op de manier van meten in de IEP Eindtoets. Dit is een papieren toets waarbij een auditief dictee (nog) niet tot de mogelijkheden behoort. Voor de IEP Eindtoets zijn keuzes gemaakt voor de verhouding tussen open vragen (inhoudelijk is dit ideaal, dan is er geen fout woordbeeld en is de meting het meest zuiver, maar deze vragen zijn een stuk tijdrovender en kostbaarder om te laten beoordelen) en gesloten vragen. Deze verhouding is op eenzelfde manier terug te vinden in de IEP LVS-toetsen Taalverzorging. Bij het formuleren van gesloten vragen zijn foute woordbeelden niet altijd te vermijden, al zijn we altijd zoekende naar manieren om ook daar de verbeterslag te maken en dit zo weinig mogelijk te doen.  

7. Waarom zijn de toetsen niet adaptief?
Wij hebben ervoor gekozen om de toetsen te laten oplopen van makkelijk naar moeilijk, waardoor een leerling bij iedere vraag opnieuw de kans krijgt om te laten zien wat hij kan. Voor ons wegen de voordelen van adaptief toetsen niet op tegen de voordelen van de manier waarop we nu toetsen. Bij adaptief toetsen moeten de leerlingen alle vragen beantwoorden, ook als deze te moeilijk zijn. Anders kan het systeem geen volgende (set van) vragen klaarzetten. Bij het IEP LVS is er de mogelijkheid om vragen over te slaan. Deze vragen kunnen ze later altijd nog invullen maar dit hoeft niet, hierdoor voorkom je toetsstress bij de leerlingen. Daarnaast moet de set van vragen heel uitgebreid zijn om zeker te weten dat de leerling het volgende niveau wel of niet aan kan. Hierdoor zouden de toetsen veel langer worden en dat is niet wat we willen.  

8. Worden toetsvragen ook weleens vervangen als blijkt dat ze niet ‘goed’ zijn?
Onze toetsen en toetsvragen worden geanalyseerd door ons onderzoeksteam. Als toetsvragen niet goed werken, worden deze vervangen. Fouten worden natuurlijk verbeterd.  

9. Waarom is de IEP Eindtoets op papier en zijn de toetsen van het IEP LVS bijna allemaal digitaal?
De manier van toetsen wordt bepaald door het karakter van de toets. De eindtoets heeft een summatief karakter en de LVS toetsen een formatief karakter. In het artikel Wat doe jij? lees je hier meer over.  

10. Is het instrument sociaal-emotionele ontwikkeling goedgekeurd door Cotan?
Het instrument voor sociaal-emotionele ontwikkeling leggen we niet voor aan de Expertgroep PO. Deze goedkeuring is niet nodig om de instrumenten te gebruiken. Bij ieder instrument zijn verschillende downloads beschikbaar in het IEP LVS. In de download Toetswijzer SEO staat beschreven hoe het instrument tot stand gekomen is. Specifiek hoofdstuk 3: Inhoudsverantwoording gaat hier verder op in. Binnenkort komen nog meer uitgebreide toetswijzers beschikbaar voor de hart handen instrumenten in het IEP LVS, momenteel wordt hier hard aan gewerkt.  

11. Rekentoets 5 en 6 sluit niet altijd aan op wat leerlingen hebben gehad in de methode, er zitten vragen met procenten/breuken (pittig niveau). Hoe komt dit?
In de 5b-toets zitten geen vragen met breuken en procenten, in <1F-1F (groep 6) zitten wel vragen met breuken en procenten. Er zit een gat tussen de toets van 5b en <1F-1F. Sommige items op <1F zijn makkelijker dan 5b, maar aan de andere kant zitten er ook veel items met breuken en procenten in, terwijl dit bij de meeste (of zelfs alle) methodes halverwege groep 6 nog niet is aangeboden. Dit probleem komt doordat de toetsen voor 3 t/m 5 zijn gebaseerd op de leerlijn in methodes en de toetsen voor 6 t/m 8 op de referentieniveaus.
We gaan een 6a-toets ontwikkelen om dit gat tussen groep 5 en groep 6 te overbruggen.

12. Moet ik bij technisch lezen beide teksten voorleggen aan de leerlingen? Of is één tekst voldoende?
Het is belangrijk dat voor het beoordelingsmodel van leesexpressie ook de tekst voor leesexpressie gebruikt wordt. Dit heeft te maken met beide onderdelen (techniek en expressie). 
In de leestechniek zitten namelijk woorden in die moeilijker zijn dan het niveau waarop we toetsen (deze opbouw zit in alle LVS-toetsen).
Bij leesexpressie kijken we o.a. naar hoe vloeiend leerlingen kunnen lezen en hoeveel fouten ze globaal maken. Daarbij willen we ze niet afrekenen op woorden die ze eigenlijk nog niet hoeven kunnen lezen. Daarom is het belangrijk dat beide teksten gelezen worden en met het juiste model beoordeeld worden.