FAQ Stap 6 - Resultaten bekijken en interpreteren

Je leerlingen hebben allemaal individueel toetsen gemaakt; het IEP LVS staat vol resultaten, maar nu? Hoe moet je de resultaten interpreteren en wat zijn je vervolgstappen? De handreiking voor het interpreteren van de resultaten vind je op Mijn IEP-kanaal.

1. Het pré-advies in het IEP LVS valt hoger/lager uit dan ons advies. Hoe kan dit?
Dit kan verschillende oorzaken hebben. Het kan bijvoorbeeld zijn dat een leerling veel geoefend heeft op een vaardigheid, waardoor de score hoger is dan verwacht.

Let op! Het pré-advies is het best passend als de toetsafnames rond april (leerjaar 7) plaatsvinden. Op het moment dat de toetsen eerder zijn afgenomen, kan het advies lager uitvallen. Andersom kan het advies hoger uitvallen op het moment dat de toetsen later zijn afgenomen.

2. Bij welk resultaat op een toets is het aan te bevelen om door te toetsen?
Voor het interpreteren van de LVS resultaten is een handreiking geschreven. In deze handreiking vind je een richtlijn over door- en terugtoetsen in het IEP LVS. De handreiking voor het interpreteren van de resultaten vind je op Mijn IEP-kanaal.

3. Een leerling scoort op een ‘makkelijkere’ toets (<1F-1F-2F) een lagere ontwikkelscore dan op een ‘moeilijkere’ toets (1F-2F). Welke verklaring is hiervoor?
Waarschijnlijk sluit het niveau van de moeilijkere toets beter aan bij het niveau van de leerling dan de makkelijkere toets. Hierdoor kan de leerling op de makkelijkere toets niet goed laten zijn wat hij kan. De leerling heeft dan als het ware het ‘plafond’ van de toets bereikt. Daarnaast kan de leerling in verwarring worden gebracht doordat de toets start met makkelijke vragen. Zo kan een leerling hierbij erg ver gaan nadenken omdat hij niet gelooft dat deze vragen zo makkelijk zijn. Ook kan de leerling een gedemotiveerde houding krijgen omdat de toets zo makkelijk start. Een leerling presteert optimaal op een toets wanneer de toets de leerling uitdaagt en motiveert. Een te makkelijke en/of te moeilijke toets heeft in de meeste gevallen een negatief effect op het resultaat.  

4. Een leerling scoort op een ‘makkelijkere’ toets (<1F-1F-2F) een hogere ontwikkelscore dan op een ‘moeilijkere’ toets (1F-2F). Welke verklaring is hiervoor?
Waarschijnlijk sluit het niveau van makkelijkere toets beter aan bij het niveau van de leerling dan de moeilijkere toets. Hierdoor kan de leerling op de moeilijkere toets niet goed laten zien wat hij kan, omdat er relatief veel vragen van een te hoog niveau worden voorgelegd aan de leerling. Dit zien we met name bij het 1S-niveau van rekenen. Leerlingen kunnen vragen op het 1F-niveau soms bijna foutloos maken, maar worstelen met vragen op het 1S-niveau. Het is daarom bij het klaarzetten van een toets belangrijk om een toets van het niveau klaar te zetten die aansluit bij het onderwijsaanbod. 
Daarnaast kan de leerling een gedemotiveerde houding krijgen omdat de toets zo moeilijk wordt. Een leerling presteert optimaal op een toets wanneer de toets de leerling uitdaagt en motiveert, maar niet overvraagt. Een te makkelijke en/of te moeilijke toets heeft in de meeste gevallen een negatief effect op het resultaat.  

5. Hoe kan je de resultaten van het IEP LVS verwerken in een OPP (ontwikkelingsperspectief)? Hoe ga je bijvoorbeeld om met leerrendement?
Met de invoering van het passend onderwijs zijn reguliere basisscholen sinds 2014 verplicht om een ontwikkelingsperspectief op te stellen voor leerlingen, die extra ondersteuning krijgen. De Inspectie van het Onderwijs pleit ervoor leerlingen niet te vlug op een eigen leerlijn te zetten en zo lang mogelijk bij het programma van de basisgroep te houden (Inspectie van het Onderwijs, 2010). In de praktijk betekent dit, dat een OPP niet eerder dan midden/eind groep 6 opgesteld wordt. Voor leerlingen met een duidelijk structurele leerachterstand is dat een geschikt moment voor het opstellen van een OPP. In het IEP LVS zijn de inhouden van de referentieniveaus 1F en 2F/1S het uitgangspunt van de toetsen. De niveaus worden respectievelijk bereikt bij een ontwikkelscore 60 en 80. Is de verwachting dat de leerling het referentieniveau 1F zal behalen aan het eind van de basisschool, dan wordt een ontwikkelscore van 60 verwacht.  Voor groep 6 t/m 8 kun je concluderen dat 10 ontwikkelpunten groeien in een leerjaar gemiddeld is. Naast ontwikkelscores is het ook mogelijk gebruik te maken van DLE’s. 

6. Voor een LWOO-indicatie moeten we leerachterstand aangeven. Hoe doen we dat met het IEP LVS?
In het IEP LVS kun je de DLE exporteren, lees hier hoe je dat doet. Met DLE kun je de leerachterstand bepalen. Voor een indicatiestelling LWOO is echter ook een intelligentietest nodig. Een lijst met goedgekeurde testen vind je hier.

7. Bij welk percentage goed op de toetsen van groep 3, 4 en/of 5 mag ik verwachten dat een leerling op het betreffende niveau presteert (bijv. 4a)? En bij welke percentages presteert onder en/of boven niveau.
Voor het interpreteren van de LVS-resultaten is een handreiking geschreven. In deze handreiking vind je wanneer een leerling onder/op/boven niveau heeft gehaald. De handreiking voor het interpreteren van de resultaten vind je op Mijn IEP-kanaal

8. Welk AVI-niveau hoort bij welk percentage op een toets van technisch lezen?
Voor het interpreteren van de LVS-resultaten is een handreiking geschreven. In deze handreiking vind je hoe je de AVI-niveaus kunt koppelen aan de LVS-resultaten. De handreiking voor het interpreteren van de resultaten vind je op Mijn IEP-kanaal

9. Welke vaardigheidsgroei mag ik verwachten van een leerling tussen twee toetsmomenten?
Dit zie je terug aan de landelijke groeilijn en aan de leergroei. Voor groep 6 t/m 8 kun je concluderen dat 10 ontwikkelpunten groeien in een leerjaar gemiddeld is. Voor de groepen 3 t/m 5 moeten we dit nog berekenen aan de hand van de data die we dit jaar genereren. 

10. Hoe wordt het IEP-advies berekend? Welke weging zit erachter?
Het IEP-advies in het IEP LVS wordt op dezelfde manier berekend als bij de IEP Eindtoets. Op basis van de behaalde referentieniveaus op de taal- en rekentoetsen in groep 7 en 8, wordt er doormiddel van een ingewikkelde formule een passend advies bepaald. Hierbij is de weging van de verschillende onderdelen als volgt: Lezen 0,3; Taalverzorging 0,25; Rekenen 0,45. Bij de berekening van het IEP-advies worden de hart- en handeninstrumenten dus niet meegenomen, het is uitsluitend gebaseerd op taalverzorging, lezen en rekenen. 

11. Hoe vergelijk ik de IEP scores met CitoLVS?
Op basis van de referentieniveaus kun je de resultaten van de CITO tussentoetsen vergelijken met de IEP LVS resultaten.  

12. Waarom worden bij taalverzorging (groep 3 t/m 5) van die moeilijke termen gebruikt? Logo- en orthografische spelling... Daar heb ik nog nooit van gehoord.
Deze termen komen uit het Referentiekader Taal en Rekenen, het is de wetenschappelijke basis van onze toetsen. De termen worden uitgelegd in de Toelichtingen Taalverzorging. Deze vind je via ‘Menu’ en dan ‘Toetsinformatie’, als download bij de betreffende toets.  

13. Waarom is er geen berekend IEP-advies beschikbaar in groep 6?
We geven in groep 6 geen advies, omdat dit te vroeg is om een betrouwbare voorspelling te doen. Toch advies geven kan zorgen voor self fullfilling prophecy en daarom geen eerlijke kans voor de leerling. De leerling heeft in groep 6 nog twee jaar onderwijstijd om zich te ontwikkelen. Daarnaast is de voorspellende waarde van een toets maximaal 1 jaar.

14. Bij rekenen staat van vorig jaar niet de verhouding context kaal in het IEP LVS. Hoe komt dit?
Vorig schooljaar hadden we het onderscheid tussen kaal en context nog niet gemaakt in de rapportages. Toen werd er alleen gerapporteerd op domeinen. Daarom hebben we de resultaten op kaal context van vorig schooljaar ook niet kunnen migreren. Het klopt dus dat deze er niet zijn.  

15. Is het resultaat van de IEP Eindtoets straks ook zichtbaar bij een leerling in het IEP LVS?
In de toekomst streven we naar één portal waarin zowel de IEP Eindtoets als het IEP LVS worden weergegeven. Hoe dit eruit gaat zien is nog niet bekend. 

16. Bij het bekijken van de antwoorden van de leerlingen zie ik een ander aantal opdrachten dan op de toetskaart van de leerling. Hoe kan dit?
In sommige toetsen zijn extra vragen toegevoegd, zogeheten ankervragen. Deze vragen worden gebruikt om de kwaliteit van de toets te borgen. Ze tellen echter niet mee voor score van de leerling.