Woordenschat

Het toetsplatform jij! bevat toetsen woordenschat voor leerlingen in de onderbouw van de middelbare school. Met de toetsen kunnen docenten inzicht krijgen in de woordenschat van hun leerlingen, zodat er gericht geremedieerd kan worden. De toetsen zijn gebaseerd op de streefwoordenlijst van Hacquebord, Alberts en Andring [1]. Alle woorden die in deze lijst staan, zijn ingedeeld in niveaus, oftewel sluizen. In onderstaande tabel is te zien wanneer leerlingen een bepaalde sluis zouden moeten beheersen.

Sluis

Wanneer?

1

Voor aanvang van de middelbare school

2

Aan het begin van het eerste leerjaar

3

Aan het eind van het eerste leerjaar

4

Aan het eind van het tweede leerjaar

5

Na het tweede leerjaar


Het toetsplatform jij! bevat intaketoetsen en toetsen voor voortgang en/of afsluiting: de sluistoetsen. Aan het begin van de middelbare school kan de intaketoets afgenomen worden om inzicht te krijgen in het niveau van de leerling. De intaketoetsen zijn voor alle leerwegen en meten een combinatie van drie niveaus (sluis 1, 2 en 3). Deze toetsen bevatten in totaal 90 vragen (30 vragen per sluis). Afhankelijk van de uitslag op de intake kan er daarna, waar nodig, geremedieerd worden en kunnen vervolgtoetsen ingezet worden om het woordenschatniveau te monitoren. Deze toetsen zijn altijd gericht op één sluis en bevatten 50 of 60 vragen. Er zijn drie varianten van de sluistoetsen: één voor het vmbo, één voor de havo en één voor het vwo. 

Afname 


Intaketoets

Sluistoets 1 t/m 3

Sluistoets 4 en 5

Digitaal

ja

ja

ja

Op papier

nee

nee

nee

Aantal vragen

90

50

60

Tijdslimiet

45 minuten*

30 minuten*

40 minuten*

Gebruik woordenboek

niet toegestaan

niet toegestaan

niet toegestaan

*Dyslectische leerlingen krijgen 25% extra toetstijd.

Beoordelen en resultaat

De score en de uitslag op de woordenschattoets wordt direct na afname automatisch berekend. De uitslag op een sluistoets kan de volgende uitspraken doen:

  • onder niveau;
  • op niveau.

De uitslag bestaat uit een niveaubepaling: de toetsen meten of de leerling het getoetste niveau wel of niet beheerst. Een leerling die bijvoorbeeld een toets maakt op sluis 2-niveau, kan dus nooit als uitslag sluis 3 krijgen.

Voor de sluistoetsen geldt een cesuur van 70%, 80% of 90% correct (voor respectievelijk vmbo, havo en vwo) op het betreffende niveau. Dat wil zeggen dat de leerling minstens dat percentage van de vragen goed moet maken om te bewijzen dat hij het betreffende niveau beheerst. Voor de intaketoetsen geldt geen cesuur.

[1] Hacquebord, H.I., Alberts, N.H. & Andringa, S.J. (2011), Streefwoordenlijst voor de basisvorming 2007 – Herziene versie 2010. Arnhem/Groningen: Cito/Etoc.